De agglomeratie groot-Reykjavik telt vandaag ongeveer 200.000 inwoners. Dat is bijna 2/3 van het totaal aantal inwoners van IJsland. In 1900 waren er dat nog slechts 6000.Ingólfur Arnarson was de eerste kolonist die zich permanent op IJsland vestigde omstreeks 877.
Hij noemde de plek Reykjavík, Rookbaai, omdat hij stoom zag oprijzen uit de hete bronnen in de omgeving. De boerderij van Íngólfur stond waarschijnlijk ongeveer op de plek tussen het tegenwoordige stadhuis en de oude haven. Een standbeeld van hem is te zien op Arnarhóll, een heuvel met uitzicht over de haven. De kolonisatie van IJsland wordt uitvoerig beschreven in het oude IJslandse Boek der Landname.
Reykjavik bestond aanvankelijk als een dorp uit een handvol boerderijen, maar rond het midden van de 18e eeuw begon deze kleine gemeenschap zich uit te breiden rond de wolververij en -weverij en touwfabriek van sheriff Skúli Magnússon.
Van hem staat nu een standbeeld op de hoek van de Aðalstræti en Kirkjustræti, hij wordt ‘de vader van Reykjavik’ genoemd. Toen Reykjavík in 1786 stadsrechten kreeg, waren er ongeveer 170 inwoners. Hierna groeide het stadje langzaam maar zeker en binnen een paar decennia verhuisden de regeringszetels en de onderwijsinstanties erheen, of werden er ingesteld, zoals het Althing, het parlement van þingvellir, het hooggerechtshof, de bisschopszetel van Skálholt met de Latijnse school en de theologische school. De Universiteit van IJsland werd in 1911 in Reykjavik opgericht.
In 1986 vonden in Reykjavik de besprekingen plaats tussen president Ronald Reagan van de Verenigde Staten en zijn collega Michail Gorbatsjov van de toenmalige Sovjet-Unie. Hoewel er toen geen overeenkomst of verdrag werd gesloten, betekenden deze besprekingen het einde van de Koude Oorlog. Ook paus Karol Wojtila bezocht Reykjavik in juni 1989 en vierde een oecumenische dienst met de Lutheraanse protestanten op de betekenisvolle plek Thingvellir.
We hebben afspraak op de pier Aegisgardur voor een fietstour met gids Lia. We fietsen even door het havengebied, tussen rederijgebouwen, vissersloodsen, maar ook tattoo shops, barretjes, restaurantjes en kantoortjes van walvis of puffin tours.
Op het einde van het havengebied ligt Rhufa, een kunstmatige heuvel van gras, 22 m diameter, 8 meter hoog. Een van de visserijreders heeft dit laten aanleggen, een plek om te verademen, met een mooi uitzicht op stad en haven. Op de top staat een klein drooghutje waarin vis hangt te drogen. We rijden de stad in naar de Landakotskirkja, de Rooms-katholieke kathedraal uit 1929.
Hier was Joannes Gijsen, de omstreden vroegere bisschop van Maastricht en Roermond gedurende 12 jaar bisschop van Reykjavik. De kerkhistoricus Gijsen kwam in de jaren zeventig en tachtig geregeld in het nieuws met zijn onomwonden standpunten over zaken als abortus, euthanasie en het katholieke onderwijs. Posthuum werd hij nog veroordeeld voor misbruik van jongetjes. Maar hier vertelt Lia niets over.
We rijden naar de zuidkant van het schiereiland, langs de zee. De huizen zijn hier heel wat rianter, chique villa’s zelfs. We passeren de lokale luchthaven, de internationale ligt in Keflavik. Vermits IJsland geen spoorlijnen heeft wordt in het binnenland heel wat afgevlogen tussen de steden, Akureyri, de Westland eilanden, Husavik, Egilsstadir, Gjögur en Dórshöfn. Op dit open terrein liggen ook de universiteitsgebouwen en in de verte zien we de glazen koepel van Perlan, er zijn expositieruimtes, een observatiedeck, een nagebouwde ijsgrot, en ondergronds de warmwaterreservoirs van de stad. Ook Reykjavik ligt in de buurt van de Mid Atlantische breuk en het water van de warmwaterbronnen wordt gebruikt voor stadsverwarming. Het drinkwater in onze hotelkamer komt van de gletsjers, heerlijk koel, en uit de douchekoppen komt geothermisch water met een duidelijke zwavelgeur.
Maar hier aan de baai is een geothermisch warmwaterbad aangelegd. Je kan de faciliteiten gratis gebruiken. De baden hebben een temperatuur van 37 tot 40 graden. De baai zelf is 18-19, niet slecht voor deze noordelijke oceaan. We fietsen de stad in naar het Hljómskálagardúr park met Tjörnin, een fraaie vijver met vele soorten eenden en ganzen. Aan de rand van die vijver ligt het imposante stadhuis Ráðhus Reykjavíkur met een reuze reliëfkaart van IJsland, wat verder dan het parlement, het Althing, sinds 1881 de opvolger van Thingvellir. Tijd om al weer afscheid te nemen van de fietsen en gids. Het was haar laatste tour, morgen vertrekt ze voor een fietstocht van Denemarken, naar huis, naar Hongarije. In het najaar komt ze terug voor een cursus diepzeeduiken. De jeugd van vandaag.Wij trekken naar de terrasjes in de buurt van Adalstraeti, het is intussen heerlijk warm in het zonnetje. In de namiddag hebben we nog een paar dingen op ons programma, de Dómkirkjan, de domkerk uit 1787 van de Evangelisch-Lutherse Kerk van IJsland aan het Austurvöllur meer, een wandelingetje rond dat meer, het oude kerkhof, het beeld van de ‘vogelvrijverklaarde’, de lift naar de top van de toren van de Halgrimmskerk, en de panoramische filmdocumentaire over IJsland in het Harpa.
Dat laatste vind Anita maar bedrog, 11 Euro voor 15 minuutjes film. Ze is beter gewoon in Cinema Z. In de straten tijdens heel onze stadswandeling en vooral vanaf de toren van de Halgrimmskerk valt nog eens op hoe kleurrijk deze stad is. En als er hier en daar een gevel of schutting minder fraai oogt, sponsort het stadsbestuur of een groot visserijbedrijf wel een straatkunstenaar om er een kunstwerk op te spuiten. Dat alles maakt de stad rustig, mooi, hip en heel gezellig. Vanavond pakken we in voor de terugreis, de vlucht Keflavik-Brussel. Ik wil nog één bijdrage schrijven met wat indrukken, bedenkingen en neerslagen van gesprekken met enkele IJslanders voordat we deze blog afsluiten. Dat zal voor morgen zijn.
Het fietsen daar ging je beter af dan in de soeks,Anita?😉
Het was mooie reis precies,veilige retour en op naar de volgende bestemming!
LikeGeliked door 1 persoon