Met de wandeling van gisteren nog in de benen gaan we vandaag een half dagje congé nemen. Op het terras van onze hotelkamer hebben we onze eigen jacuzzi, dus het nabij gelegen Laugarvatn Fontana saunacomplex met zijn natuurlijke stoombronnen kunnen we overslaan.
Wat we wél willen bezoeken vandaag is de bisschopskerk van Skálholt, althans de in 1960 gebouwde opvolger daarvan. Nadat het Alding in 1000 n. Chr. onder druk van de Noorse koning Olaf 1 had beslist dat de Ijslanders hun oude goden Thor, Odin, e.a. zouden beperken tot binnenshuis gebruik en officieel overgingen naar de katholieke godsdienst verspreidde dat geloof snel en werden overal kerkjes gebouwd. Olaf leverde graag klokken, timmerhout en de nodige fondsen. In 1056 werd dan een eerste bisschop geïnstalleerd in Skálholt, dat uitgroeide tot een belangrijk diocees en cultureel centrum. Er kwam een grote middeleeuwse kerk, maar het complex werd aangevuld met de bisschopsresidentie, een school, een drukkerij, magazijnen en verschillende huizen. Ook na de Reformatie bleef Skálholt een grote nederzetting tot de 18de eeuw, toen werd de rol overgenomen door Reykjavik. 9 andere kerken gingen de huidige vooraf, die werden allen afgebroken, vernield in een storm of aardbeving, en het hele complex brandde af in 1630. Archeologen werken nog steeds op de site.
We vonden een onderaardse gang die ons in de kerk bracht. Verrassing : in het zeer sfeervolle gebouw was een combo aan het repeteren voor een concert later op de dag, 17de eeuwse sonates voor viool begeleid door orgel en theorbo. Ideale muziek om het kerkje te smaken.
Overigens vandaag is IJsland voornamelijk protestants, maar ik las in de Telegraaf (jan. 2018) dat minder dan de helft van de bevolking nog zegt religieus te zijn en 0 % van de jongeren onder de 25 jaar gelooft nog. Maar in IJsland moet iedereen, gelovig of niet, een ‘religieuze belasting ‘ betalen van ongeveer 75 Euro.
We trekken verder naar de Gulfoss waterval in een kloof uitgeslepen door de rivier Hvita. Gulfoss is een prachtige dubbele waterval, een tweetraps waterval, in het totaal 31 m hoog, en met een debiet van 100 m3/s, het jaarlijks waterverbruik van een gemiddeld Vlaams gezin.
Bij elke waterval hoort hier een verhaal. De Hvita is zo breed en de stroming zo sterk dat geen mens de rivier kan oversteken, ook geen paard. Op een dag hoedde een herderinnetje haar schapen bij de oever en op de andere oever liep een jonge herder met zijn schapen. Zij riep hem aan en vroeg hem over te komen. Hij stapte het water in, raakte aan de overkant, trouwde haar en zij hadden vele kindertjes en bleven eeuwig gelukkig. Dat had de liefde al weer mooi volbracht. Bij zonnig weer zou er in de mist boven de waterval een mooie regenboog verschijnen. Niet vandaag dus, bewolkt met af een toe een bleek zonnetje.
En dan gaan we naar Geysir, het enige dat ik van IJsland wist toen ik nog op de lagere school zat. Naar deze bekend springbron zijn alle keuken- en badkamergeisertjes ter wereld genoemd. Geysir zelf is weliswaar opgehouden met spuiten maar de nabij gelegen Strokkur heeft de rol overgenomen.
Met tussenpauzes van 4-8 minuten spuit hij een straal heet water en stoom 10 tot 20 m de lucht in, tot groot jolijt van de tientallen gillende Chinezen met hun smartphone in aanslag. Geysir en Strokkur maken deel uit van een geothermisch veld met verscheidene bubbelende, kokende poelen. Zelfs in de kleine beekjes is de temperatuur van het water 80 tot 100 graden.
De namiddag nemen we zoals gezegd vrijaf, jacuzzi, lezen, luieren, …
Morgen keren we terug naar Reykjavik.