Reykjavik op een zondag

Gisterenavond nog een interessant gesprek gehad met hoteleigenaar Friðrik, bij een afzakkertje na het diner, enfin de flessen op tafel eigenlijk en on the house natuurlijk. Voor Anita Björk likeur, en voor mezelf Birkir schnaps. Björk en Birkir, zijn het vrouwelijk en mannelijk woord voor berk. Beide drankjes zijn een graandistillaat geïnfuseerd met berk. De likeur is met een berkensiroop afgewerkt.

https://www.fossdistillery.is/products/

Over dat gesprek schrijf ik nog een apart stukje bij de nabeschouwingen over deze reis.

Vanmorgen afscheid genomen van Friðrik en een tof Amerikaans koppel uit Kansas. Je kan van hier in een rechte lijn naar Reykjavik rijden, in ongeveer 1 uur, maar we kunnen nog geen afscheid nemen van het land, dus we kiezen voor een kustweg die vanaf Eyrarbakki de contouren van het schiereiland Reykjanes volgt. Afgelegen kerkjes (Strandarkirkja 1880), oude vuurtorens, vogelrotsen, vissersdorpjes, … we krijgen er niet genoeg van. Het grootste deel van het schiereiland lift onder lavavelden, bedekt met grijsgroen mos. Onze weg snijdt er eigenlijk dwars door.

Omdat de tectonische breuklijn, de Mid-Atlantische rug, dwars door Reykjanes loopt heb je hier verhoogde geothermische activiteit. Vooral rond Gunnuhver, Krysuvik en Svartsengi vind je bubbelende modderpoelen, hete bronnen en fumarolen. Bij het vissersdorp Grindavik buigen we af naar het noorden, richting Reykjavik. We komen al dadelijk bij de enorme krachtcentrale van Svartsengi, waarvan de surplus warm water de beroemde Blue Lagoon vormt. Ik vind dat enigszins ontluisterend, te weten dat die romantische natuurlijke lagune, eigenlijk een bijproduct van een energiefabriek is, maar ze ligt van uit de thermische baden goed verscholen.

We rijden een rustige hoofdstad binnen, op een zondag van een verlengd weekend. Even de wagen inleveren en een eerste verkenning van de stad. Morgen doen we dat grondiger samen met een gids. Nu lopen we de hoofdstraten af, de winkelstraten Laugavegur en Skólavörðustígur.

Vooral de laatste is classy, creatief, met heel wat art shops, juwelenwinkeltjes, ook souvenirs en in een wolwinkeltje kopen we een breiboek voor een vriendin (op bestelling). De winkeldame vindt het een goede koop, het is haar persoonlijke bijbel, zegt ze. We lopen langs de Halgrimskerk, genoemd naar IJslands grootste dichter, Hallgrimúm Pétursson (17de eeuw). Wanneer dopen wij een kerk bvb de Hugo Claus-kerk of de Herman De Coninck-kathedraal?  Voor de kerk, op het grote plein, een bronzen standbeeld van Leifur Eriksson, de zoon van Erik de Rode, de ontdekker van Amerika. Kunnen we ook doen, voor de Sint Goedele een standbeeld van De Gerlache, ontdekker van de Zuidpool. De voorgevel van de kerk is geïnspireerd door de basaltkolommen die we in de kloven, of langs de watervallen de Svartifoss en de Selfoss gezien hebben.

Van op de 73 m hoge toren kan je de Snaeffelsjökull zien, die ligt 110 km ver. Ik heb geprobeerd de pijpen van het 15 m hoge orgel te tellen, maar zag dan in onze Dominicus dat het er 5275 zijn, dat moet nogal klinken. Ook het Harpa, het Nationale Concert- en Conferentiecentrum is zo’n imposant gebouw met een futuristische glazen façade.

Een andere leuke plek is de Arnarhöll, een groene heuvel met uitzicht op de haven. Aan de voet ligt het Stjórnarráðshúsið, het eerste stenen gebouw van de stad, ooit gevangenis, nu het kantoor van zowel de president als de minister-president. Nog zo’n geweldig idee, sluit Charles Michel of Liesbeth Homans op in Leuven Centraal. We eten een vroeg diner in het Lakjarbrekka restaurant, en lopen langs de waterkant en het ‘Vikingschip’ standbeeld terug naar ons hotel. BDCF3DAB-EF44-4DD7-8F52-163172C007C6Dit is een leuke stad, goed georganiseerd en rustig, modern en artistiek. En zeg nu zelf welke stad heeft een standbeeld voor een ‘vogelvrijverklaarde’, een walvissenmuseum, een noorderlichtmuseum, een sagamuseum, een punkmuseum en een … fallusmuseum?!

Morgen meer over Reykjavik, na de gegidste fietstour.


Plaats een reactie