Onze hotel in Núpar behoort tot de Foss keten. Alle hotels hier zijn enigszins sober, maar erg functioneel en efficiënt. De kamers zijn eerder klein, maar kraaknet en alles is aanwezig. En verwacht niet een extra bloemetje of snoepje op je kussen, een gratis welkommandje met fruit, kunstig gevouwen badlinnen of een andere attentie. De staff is keurig en correct, maar geen ‘overbodig grapje’. Ze werken volgens het boekje, en wat niet voorzien is gaat niet, en wat niet beschikbaar is, is er niet…
Wij vervolgen de ringweg nr. 1 naar het westen tussen de bergen en de kust. We laten de Vatnagletsjer achter ons en rijden weldra zuidelijk van de Myrdalsgletsjer westwaarts. Dat vlakke land bestaat veelal uit groene weiden, afgegraasd door de schapen of pas gemaaid en het gras verzameld in plastieken balen als wintervoeder.
Onze eerste stop vandaag is Kirkjubaejarklauster. De plaats dankt haar naam aan het benedictijnenklooster dat hier tussen 1186 en de Reformatie gevestigd was. Het klooster is er niet meer. Buiten het dorp ligt Systrastapi, een heuvel waarop twee nonnen zouden begraven liggen. Beiden eindigden op de brandstapel, één had zich met mannen opgehouden en de ander had de paus beledigd.
Na de reformatie werd de laatste in eer hersteld, en plots begonnen rozen te bloeien op haar graf. Op het andere graf groeide niets. We hebben de graven van die meisjes niet gevonden. Wel een idyllische waterval en een mooi uitkijkpunt.
We trekken verder naar Vik, waar Anita een wolwinkeltje weet. Het weidelandschap wordt inmiddels afgewisseld door een weids lavaveld bedekt met een grijsgroen mos, het lijkt een gestolde zee. Het lavaveld is afkomstig van de Laki die in 1783 uitbarstte, een stroom van 60 km lava uitbraakte en 565 km2 land bedekte. Rivieren werden van bedding veranderd, kerkjes en boerderijen werden overspoeld en 100 miljoen ton zwavelstofdioxide werd de atmosfeer ingepompt.
Het was een hele klus dat wolwinkeltje te vinden, dat dan ook nog gesloten blijkt. Maar in Vik ligt een prachtig, breed strand, van … zwart zand. Van daar heb je een mooi zicht op Reynisdrangar, een aantal 60 m hoge rotspunten die uit de zee oprijzen. Er wordt verteld dat dat een versteende driemaster is, die door 2 trollen aan land getrokken werd. Langs de andere zijde ligt Dyrholaey, een 120 m hoge kaap met aan zeezijde enkele grote gaten waar zelfs boten doorheen kunnen varen. Ook hier weer op de vogelrotsen veel papegaaiduikertjes.
Tijd om naar de Solheimajökull te trekken, een 25 km lange uitloper van de Myrdalsjökull, één van de 4 grote ijskappen van IJsland. Onder de Myrdal ligt de Katla vulkaan die eens in 70 jaar actief is en grote smeltwateroverstromingen veroorzaakt. Wij krijgen een harnas aangemeten, crampons onder de schoenen en een ijsbijl. Gids Magnus legt de techniek van het gletsjerlopen nog eens uit, en we zijn er mee weg voor een 3 uur durend avontuur, tussen crevasses, moulins, ijsgrotten, riviertjes en zelfs watervalletjes op de gletsjer. Waar je een verblindend witte ijsvlakte verwacht, is deze gletsjer uitzonderlijk ‘vuil’, bedekt met stof en lavagrind van uitbarstingen van de Katla en de Eyjafjallajökull. Dat zwart materiaal wordt tussen de opeenvolgende sneeuwlagen geperst en vormt zo een soort teramisu.
Wanneer de bovenlagen afsmelten komen de vuile lagen te voorschijn. Het stof en grind vormen een isolatielaag, zodanig dat de gletsjer ongelijk afsmelt en je de grillige vormen krijgt met een zwarte top.
We stoppen nog aan de Skogafoss, 60 m hoog en een van de grootste watervallen van Ijsland. Hier zou een kolonist Drasi, een kist met goud onder de waterval verborgen hebben. Maar ook wij hebben die vandaag niet gevonden. We beslissen voorlopig niet meer voor watervallen te stoppen, en rijden door naar Lava Center in Hvolsvöllur, een high-tech, educatieve tentoonstelling waarin vulkanische activiteit en aardbevingen worden belicht.
Ons interesseert de indrukkende filmdocumentaire over de laatste vulkaanuitbarstingen met een heel realistische soundtrack. Wanneer het echt losbarst wil je niet in de buurt zijn.
Drie nachten nu in het mooie hotel Ranga in Hella, niet om uit te rusten want morgen trekken we voor een daguitstap naar het binnenland, naar Landmannalaugur. Daarover later meer, als we er behouden van terugkomen.