Na een lange, uitputtende dag toch proberen nog een verslagje te schrijven. We rijden van Höfn naar Kirkjubaejarklaustur, westwaarts langs de zuidkust. Dat betekent dat we tussen het gebergte met de Vatnajökull, de grootste gletsjer van Europa (buiten het poolgebied), en de Atlantische Oceaan rijden.
Een uitstekende rijbaan over een vlakte die voortdurend doorkruist wordt door gletsjerrivieren die zich een weg naar de Oceaan zoeken. De Vatnajökull heeft een oppervlakte van ongeveer 8100 km² (een kwart van België) en bedekt hierdoor 8% van IJsland met een ijskap die tot 1000 meter dik is. In 2004 is ruim de helft van de gletsjer onderdeel van het nationaal park Skaftafell geworden. De vulkaan Hvannadalshnúkur (2110 m), IJslands hoogste punt, ligt aan de zuidrand van Vatnajökull. Naast deze vulkaan bevinden zich onder de gletsjer enkele van de meest actieve vulkanen van IJsland. Dat nationale park staat op ons programma vandaag en ook de Hvannadalshnúkur komen we nog tegen. Over de rand van het massief komen overal gletsjertongen naar beneden.
Een prachtig zicht, sommige komen tot dicht bij de weg. Rare contrasten : glooiend weiland met bloemen, grazende schapen, kleine kuddes paarden, rustieke boerderijtjes en op de achtergrond die dreigende ijsmassa’s, onder een blauwe lucht vandaag (ieder krijgt het weer dat hij verdient). Een van die gletsjertongen mondt uit in het gletsjermeer Jökullsárlón. Ik vind de term glacier laguna mooier en geschikter. Gletsjermeren verzamelen het smeltwater van een gletsjer in een de grote, diepe bedding, ook trog genoemd die de terugtrekkende gletsjer uitgeslepen heeft. De gletsjer glijdt naar beneden met snelheden van enkele centimeters, tot meters per dag. De ijsmassa schuift dus over het meer, en regelmatig breken stukken af, door de zwaartekracht. Dat zijn dan de ijsbergen die in het gletsjermeer dobberen en langzaam naar zee drijven, daar worden ze soms door de winden en het getij terug op de stranden geslagen. Van het volume van ijsbergen steekt ongeveer 10% boven water uit, het grootste deel zit onder de wateroppervlakte.
Het Jökullsárlón is erg populair, tientallen, zo niet honderden zwermen langs de boorden van het meer, selfie-time. Een vrouw waagt zich in het ijskoude water, ik rits mijn jas dicht en trek mijn muts over mijn oren.Mensen verdringen zich voor een kort boottocht rond de ijsbergen, ze worden als sardienen in een amfibievoertuig ingepropt, maken een rondje op het meer en worden afgelost door de volgende groep die staat te trappelen. Het lijkt een kermisattractie. We wandelen ook even naar het strand, waar de aangespoelde ijsbergen liggen, lijk gestrande walvissen. Wij hebben afspraak aan het Fjallsárlón, een kleinere lagune waar we met een zodiac naar de gletsjerrand toe kunnen. Een intiemere, kleinschalige operatie, 6-7 mensen in een ruime rubberboot, wel stevig ingepakt in een floating jacket en een reddingsvest.
Van dichtbij zijn die ijsschotsen enorm en van het mooiste blauw. In heel dicht samengepakt ijs, waar alle zuurstofbelletjes uit weggedrukt werden, wordt rood en geel geabsorbeerd, enkel blauw licht wordt gereflecteerd. De gletsjer mond steekt 15 tot 30 m boven het wateroppervlak uit en ziet er brokkelig uit. Plots horen we dan ook een gekraak en stort een zuil van ijs in zee. In de gletsjermuur blijft een blauw litteken achter. Onze leuke kapitein/gids vertelt honderduit. Ze is Litouwse, seizoenarbeidster, thuis is ze secretaresse, maar ze verdient hier in de zomer 4x zoveel voor veel leuker werk.
En dan op naar Skaltafell National Park, 12.000 km2 groot, 11 % van de oppervlakte van IJsland, één derde van België. Een paradijs: prachtige uitzichten, mooie watervallen, uitbundige flora, bergen en gletsjers. Een drie uur lange wandeling combineert twee hoogtepunten van het park: de Svartifoss waterval, 20 m hoog maar omringd door unieke basaltformaties en Sjórnarnypa een plek waar je een enig zicht hebt op de gletsjer Skaftafellsjökull en op de Hvannadalshnúkur, met 2110m de hoogste top in IJsland.
Naar de waterval is het processielopen naar een bedevaartsoord, maar de tocht naar gletsjer toe is niet voor watjes, een fikse klim en tussen de toppen en over het ijs blaast een gierende ijskoude wind. Maar het loont de moeite. We zien de Skaltafellsgletsjer nu van hoog op de berg naar beneden schuiven, de ijsschotsen in het gletsjermeer beneden en de rivier met het smeltwater breed uitwaaierend naar zee kronkelen.
Het is al laat als we inchecken in het Fosshotel bij Kirkjubaejarklaustur. Veel geleerd over gletsjers vandaag.