Het geweld van de Jökulsá rivier en de Krafla Fires

Vandaag gaan we de geologische geschiedenis van Myvatn wat verder exploreren, een geschiedenis van vulkaanuitbarstingen en aardbevingen. Inmiddels heerst hier een hittegolf, het is al 18 graden als we onze neus buiten steken om 8.00 u. en later op de dag zou het zelfs 23 graden worden.

 

Zowaar korte broeken- en terrassenweer in IJsland. Bah.

De vroegere ijskap heeft gezorgd voor de afgeplatte tafelbergen in de streek. Nadat het gletsjerijs zich had teruggetrokken, zo’n 6000 jaar geleden was er de uitbarsting van de explosiekrater Lúdent en een aantal spleeterupties. Na een periode van rust werd 3500 jaar geleden het hele gebied door een lavastroom overspoeld afkomstig van de schildvulkaan Ketildynga. 2500 jaar geleden zorgde een nieuwe serie uitbarstingen voor de pseudokraters en de Hverfell en Dummorgir die we gisteren en eergisteren zagen en in 1924-1927 hadden we de Myvatn-vuren en in 1975-1984 het Krafla-vuur (cfr. infra).

Maar we beginnen vandaag met de exploratie van de Jökulsá rivier, een reeks spectaculaire watervallen en een fraai gevormde canyon. Daarvoor moeten we noordwaarts, richting Husavik. De verste bestemming is ongeveer 80 km van het hotel verwijderd maar op die verdomde grindwegen schiet je voor geen meter op.

 

Hoge stofwolken, stenen slaan tegen je chassis, overlangse ribbels, diepe potholes, uitstekende stenen, … niet echt leuk. De hele oostkant van de rivier is van dat, maar het blijkt wel de beste zijde te zijn om de watervallen te zien.

De Jökulsá rivier is met zijn 205 km de tweede langste rivier op IJsland. Ze komt van de Dyngjujökull gletsjer, aan de noordzijde van de  immense Vatnajökull. Vermits dit nog een vrij jong landschap is heeft die grote stroom zijn bedding nog niet helemaal geëffend en komen meerdere watervallen voor. We kiezen voor de Dettifoss, 44 m hoog en 100 m breed en met een debiet van 400 m3 per seconde (4 keer ons jaarverbruik aan water) de krachtigste van Europa. Een enorm gedonder.

 

De rivier loopt verder in de grootste, spectaculaire canyon van IJsland, 25 km lang, 500 m breed, met wanden tot 100 m hoog. Iets zuidelijker, stroomopwaarts ligt de Selfoss waterval.

 

Er loopt een wandelweg naar toe, zoals steeds uitstekend gemarkeerd, maar wel weer een halsbrekend geklauter. De Selfoss is maar 13 m hoog, maar wel 340 m breed. Een lang gordijn van kolkend water stort over kliffen van basaltzuilen. Heel mooi.

Opvallend is toch telkens weer de variëteit van de flora op deze barre gronden. Hier vinden we bvb het bloeiend wilgenroosje tussen de stenen op de oever van de rivier.

We ploegen verder over de grindweg, noordelijk,  richting Husavik naar de Asbyrgi, de godenburcht, een 4 km lange V-vormige of hoefijzervormige kloof met steile rotswanden, tot 100 m hoog. Het verhaal gaat dat die kloof de hoefafdruk is van Sleipnir, het achtbenige paard van Vikinggod Odin. De geologen houden het echter op riviererosie, tussen 2000 en 5000 jaar geleden zou de loop van de gletsjerrivier Jökulsá hier gelegen hebben.

 

Wij wandelen over de kliffen van de binnenzijde naar het eindpunt waar je zicht krijgt op de boog van de canyon.

Gelukkig is er een flink stuk verharde weg op de westelijke oever van de rivier terug naar Myvatn.

We hebben nog tijd voor het gebied rond Krafla. Onderzoekingen van het “Krafla-systeem” hebben aangetoond dat de centrale vulkaan (magmakamer die slechts 3000 m diep ligt) verbonden is met tientallen kilometers spleetzones, waarlangs magma kan ontsnappen. De hele Krafla-spleetzone is 100 km lang en 5-10 km breed. Tussen  1924 en 1927 had je hier herhaaldelijk spleetuitbarstingen die de Myvatn-vuren genoemd werden. In 1975 zakte de caldera van de Krafla zo’n 2,5 m in. De aardbevingen die het gevolg waren verspreidden zich door de spleten en de magma vloeide uit de barsten, het Krafla-vuur woedde tot 1984. In actieve periodes vullen de magmakamers onder de vulkaan aan met 5 m3 per seconde, door de druk moet dan ofwel het dak eraf, een verticale eruptie, of het magma zoekt zich een weg door de spleten.

 

Daarom is de berg Krafla de ideale locatie voor een geothermische krachtcentrale, een futuristisch complex, iets voor een Bond-film. Wij maken nog een pittige wandeling op de kleurrijke berg Leirnjúkur. Mooie veelkleurige solfatarenvelden steken af tegen de zwarte, nog verse lava. Het stinkt hier overal naar sulfur, de stoom komt uit spleten, het borrelt in een modderpoel, en hier en daar voel je de warmte van de berg. Van op de top zie je de zwarte uitlopers van de gestolde lavastromen. Dichter bij de beleving van een vulkaanuitbarsting willen we niet komen.

 

Deze slideshow vereist JavaScript.

Mijn reisgezellin vindt dit een mooie afsluiter van de dag. Eigenlijk zegt ze: “ik begin moe te worden en krijg honger”. Respect, we zijn weer zo’n 6 uur in de benen, en niet bepaald over tuinpaadjes. Het solfatarenveld Hverir/Námaskard bewaren we als toetje tot morgen. En omdat het hier vandaag zo heet is (23 gr.) eten we buiten vanavond, in de tuin van een pub.


Plaats een reactie