Een regendag vandaag bij 11-12 graden Celsius. Een lichte druilregen, niet erg, er bestaat geen slecht weer, alleen onaangepaste kledij. Maar die motregen bederft wel grotendeels het zicht. We rijden vandaag van Akureyri naar Myvatn. De streek heeft heel veel te bieden, groen struikgewas en lage bosjes, en heel veel vulkanische bezienswaardigheden, solfatarenvelden, pseudokraters, vreemde lavaformaties, thermische bronnen en borrelende modder, …
Maar eerst rijden we noordwaarts, langs de oostkust van de Eyafjördur naar Laufas een turfboerderij annex kerkje. Beiden dateren uit het midden van de 19de eeuw en werden tot 1936 bewoond.
Het geheel is nu een museum, en doet erg aan Bokrijk denken, hetzelfde concept. Allen zijn de gebouwen opgetrokken uit een metersdikke muur van turfblokken, enkel de voorgevel, de ramen en het gebinte zijn van hout. Door de generaties heen moeten hier een pastoor of dominee, een herenboer, een smid, een timmerman, of combinaties hiervan gewoond hebben. Er is zelfs een minischooltje geweest. Enkele kamers zien er echt chique uit, een deftige woonkamer, eetkamer, slaapkamers, een soort studeerkamer, een living/huisvlijt ruimte waar gewoond en gewerkt werd (spinnen, weven, naaien), keukens, een melkerijtje, een smidse en timmeratelier, schuren, … een echt doolhof helemaal geoutilleerd, botervat, koffiemolen, wafelijzer, de hele huisraad.
De inboedel komt ons bekend voor en de portretten doen aan onze overgrootouders en grootouders denken, maar de constructie met de turfplaggen is natuurlijk heel speciaal, overgenomen uit de kolonistentijd, gelijkend op een Viking longhouse.
Op weg naar Myvatn stoppen we aan de Goðafoss, een van IJslands mooiste watervallen alhoewel ze maar 12 m hoog is. Ze ligt in de rivier Skjalfandafljot die op de Vatnajökull ontstaat en hier door een 7000 jaar oud lavaveld loopt. De Goðafoss heeft zijn naam te danken aan de boer, heidens priester en stamhoofd van Ljosavatn Þorgeir Þorkelsson, beter bekend onder zijn bijnaam Thorgeir de Wetgever. Hij was een IJslandsewetspreker in het Alding van 985 tot 1001. In het jaar 1000 werd er in het Alding vergaderd over de vraag welke godsdienst zou moeten worden aangehouden: het Germaans heidendom of het christendom.
Na overleg met de christen Halldur uit het Siða district, besliste Thorgeir na een etmaal zwijgende meditatie onder een bontdeken in het voordeel van het christendom. Heidenen mochten hun geloof nog steeds binnenshuis of in afzondering belijden. Na dit besluit werd Thorgeir zelf christen en wierp zijn heidense afgodsbeelden in een waterval, die nu bekendstaat als Goðafoss, Godenwaterval. Misschien moeten Di Rupo en De Wever ook even onder een bontdeken kruipen en in het Belgische Alding (of onding ?) enkele beslissingen nemen.
Het miezert nog steeds en wij rijden naar Skutustadir, aan de zuidkant van het Myvatn meer. Myvatn betekent muggenmeer en dat zullen we geweten hebben. In deze zomermaanden zitten hier heel wat muggen die erg hinderlijk in neus, mond en oren kruipen, heel vervelend alhoewel ze meestal niet steken. Straks een muggengaasje kopen om over ons hoofd te trekken. In Skutustadir maken we een wandeling langs pseudokraters.
Die zijn ontstaan doordat hete lava bij een vulkaanuitbarsting een meertje of moeras bedekt. Wanneer het water onder de lava verdampt bouwt de stoom druk op en moet het dak eraf, en wordt alles naar buiten gedrukt, waardoor een wal of ring van aarde ontstaat. Er zit dus geen magmakamer onder. Pseudokraters komen alleen op mars en op IJsland voor. We blijven hier drie nachten, we zijn wel aan een beetje rust toe, maar er is hier zoveel te zien, vooral te bereiken via aantrekkelijke wandelwegen dat we voor morgen toch alvast een picknicklunch besteld hebben.
heel interessant
LikeLike
Sommige foto’s heb ik een paar jaar geleden ook genomen.
Heb indertijd ook genoten van Ijsland.
Nog een fijn verblijf daar.
Suzanne
LikeLike