We rijden vandaag van Saudarkrokur naar Akureyri. De gemakkelijke weg zou via de ringweg nr. 1 lopen, maar ik wil graag langs Hofsos en Siglufjördur passeren. Dus we nemen de kustweg langs de oostelijke zijde van de Skagafjord, tot op het punt van het schiereiland Tröllaskagi, en vandaar rijden we naar Akureyri langs de westzijde van de Eyafjord. De ganse dag zullen we de zee in de buurt hebben. Het meest noordelijke punt van het schiereiland ligt op 66°16′ NB, de poolcirkel ligt op 66°34′ NB.
Maar voor we vertrekken bezoeken we in Saudarkrokur een leerlooierij waar schapenvellen en vooral vishuiden verwerkt worden. Dat laatste intrigeert ons, leer van vissen? Yes, luxe merken als Prada en Dior verwerken vishuid in tassen en schoenen, zelfs in vlinderdasjes. We krijgen een rondleiding langs alle productieprocessen in de fabriek, het schoonschrapen van de huiden, het wassen en ontvetten, droogprocessen, het kammen en trimmen van de wol, het soepel maken van het leer, het verven, of bedrukken (voor sommige klanten wordt een soort glitter op de vissenhuid aangebracht).
De fabriek is ergens in het begin van de vorige eeuw opgestart, telt nog zo’n 20 werknemers en exporteert 98 % van zijn productie. De vissenhuiden zijn van kabeljauw, zeewolf, baars en zalm. Er worden niet enkel lamsvelletjes verwerkt, maar ook, wat had je gedacht, paardenvellen, en eland of poolvos. Van een walvis kan je blijkbaar geen huid looien, behalve … de huid van de penis. Maar die is dan ook mansgroot, daar kan je een jas van maken. Hebben ze dat bij Dior, een vest van penishuid? Ik heb een kabeljauwvelletje gekocht, donkerbruin. Geen idee wat ik er mee kan doen, iemand een voorstel?
Onderweg stoppen we in Hofsos, een heel klein dorpje met oude houten huisjes. Verder niets bijzonders, ware het niet dat plek een turbulente geschiedenis heeft. Van hier emigreerden tussen 1870 en 1914 bijna 1/3 van de toenmalige bevolking van IJsland naar Amerika.
En dan naar een plek waar ik naar op zoek was: Siglufjördur. Hier werd mijn favoriete Scandinavische serie, “Trapped”, verfilmd. Een onheilspellende sfeer, sneeuw en koude, maar ook iets aangenaam gezelligs en razend spannend. Op het moment dat een grote ferry uit Denemarken aanlegt wordt in de haven een lijk gevonden, de ferry wordt vastgehouden en als dan ook nog een sneeuwstorm de stad van de buitenwereld afsnijdt zit het spel op de wagen. En laat er nu vandaag toch net zo’n groot schip in het haventje liggen, en er komt nog een mist opzetten ook…

Maar Siglufjördur is vooral interessant voor zijn verleden als centrum van de haringvisserij. In de hoogtijdagen kwam 20% van de export hier vandaan. De haringvangst werd een enorm succes, op de noordse wateren heerste een ware goudkoorts. Het stadje groeide tot meer dan 3000 inwoners, tienduizenden arbeiders uit heel IJsland vonden hier werk. Maar rond 1965 verdwenen de grote haringscholen voor de kust en stortte de handel in. Vandaag wonen hier amper 1000 mensen.
In enkele oude gebouwen, waar vroeger haringzouters werden ingekwartierd is nu een klein, maar leuk museum. Je ziet vooral de sorteertafels waar haring gekuist en gepekeld werd en afgevuld in houten vaatjes. Altijd een beetje droevig zo’n vergane glorietijd.
En dan naar Dalvík, voor wat het hoogtepunt van de dag moet worden, een walvisexcursie. We worden in warme pakken gewurmd, in cover-alls en schepen in in een oude cotter. De zon breekt door de wolken, de stormvogels vliegen rond de boot, verrekijkers en camera ‘s in aanslag, de leuke gids toont op pancardes alle dieren die we gaan zien, bultruggen, grienden, noem maar op.
Maar na ruim twee uur varen hebben we nog geen vin gezien. Er zijn zo van die dagen … Dan gaan we maar wat vissen om de verveling te doorbreken. Zelf vang ik twee stuks kabeljauw. Die wordt nog aan boord gefileerd en gaat daarna op de barbecue, met kruidenboter, peper en zout. Heerlijk, verser kan niet, want zelf gevangen. Ik moet denken aan een berichtje uit het Laatste Nieuws dat ik net voor het vertrek van ex-collega Frans doorgemaild kreeg.
… Amerikaanse toeristen hebben tijdens een helikoptervlucht tientallen gestrande grienden opgemerkt op een strand in Löngufjördur, in het afgelegen westen van IJsland. Meer dan 60 dode walvissen werden aangetroffen. De politie van nabijgelegen stadje Stykkisholmur is op de hoogte gebracht van de lugubere ontdekking…
Vandaar dus … wij hadden nog lang kunnen zoeken!
Vanavond slapen wij in Akureyri en dromen van walvispenissen, pekelharing en gestrande grienden.