Vandaag ontvingen we het droevige bericht dat Lut Dusar overleden is. Hoewel dit niet volledig onverwacht kwam zijn we toch erg aangeslagen. Lut was een lieve, attente vriendin, reisgezellin en mede-organisator van onze zijderoute expeditie “De Vlasroute” en co-auteur van ons boek “De grote sprong zijwaarts” (Houtekiet).

Lut was een sprankelende persoonlijkheid, een positieve en opgewekte vrouw, vol plannen en ideeën, met een grote liefde voor kunst en cultuur, geschiedenis, reizen en vreemde volkeren, met veel zin voor avontuur, een encyclopedisch brein, kortom de ideale reisgezel, en ook de ideale levensgezellin voor goede vriend Bob Elzen. Bob en de vele vrienden gaan haar erg missen. Lut was een trouwe volger van deze blogs. Daarom sluit ik mijn mooiste foto van haar in, zo wil ik haar blijven herinneren.
Wij reizen vandaag verder vanuit Borgarnes op het Snaeffelsnes schiereiland, langs de zuidkant in westelijke richting. We houden halt bij de Eldborg, een prachtige explosiekrater.
Hij heeft vermoedelijk twee keer lava gespuwd, een eerste keer duizenden jaren geleden en een tweede keer tijdens de kolonisatieperiode, althans volgens het sagenboek Landmanabok. Bij de boerderij Snorrastadir begint een pad naar de kraterrand. Ongeveer twee uur wandelen heen en terug. Boven krijg je een mooi zicht op de oceaan en het gebergte op het schiereiland. We worden gebeld dat onze geplande boottocht om 14.00 u geannuleerd wordt, we zijn de enige twee passagiers. We kunnen mee om 18.00 u. Geen probleem, het is hier lang genoeg licht voor foto’s.
Het geeft ons de tijd om verder naar het westen te rijden naar de Snaeffelssjökull (1446 m), een oude vulkaan gedeeltelijk bedekt door een gletsjerkap en langs de zuidkant ligt een breed lavaveld dat uit de krater moet gestroomd zijn in de oceaan. Je ziet die vulkaan al van heel ver (170 km) liggen. In het boek van Jules Verne Reis “Naar het middelpunt van de aarde”, geschreven in 1864 en voor ons een jeugdklassieker, daalt de Duitse geoloog Otto Lidenbrock in Snaeffelsjökull af en wordt na vele avonturen door een lavastroom op Sicilië weer uitgespuwd. Dat weten ze hier, in het restaurantje waar we lunchen staat Jules zijn foto op het menu en zijn de gerechten naar zijn romanfiguren genoemd.
Tussen Arnarstapi en Hellnar loopt een panoramische wandelweg over de kliffen, heen en terug 2 uur. Op de rotsen en kleine eilandjes zitten duizenden zeevogels.
Het lijkt een beetje op de klifwandelingen op Cap Fréhel (Bretagne) of Westbay (Dorset), totdat een breed lavaveld het pad doorkruist, de lava moet van de Snaeffelsjökull naar zee gestroomd zijn. We moeten dus over de brede tongen van gestolde lava klefferen. In Hellnar vinden we het kleine koffiebarretje dat in de gidsen staat, even verpozen met koffie en een stukje skyrtaart.
We trekken dan verder naar het haventje van Grundarfjordur voor onze afspraak met een de Laki, een oude houten visserssloep die ooit van de zeebodem werd opgevist en weer opgekalefaterd en nu dient voor toeristenrondvaarten, bird watching, whale watching of vissen.
Wij gaan vogels spotten op het eiland Melrakkey (Poolvos, alhoewel er geen poolvossen zitten). Vlakbij ligt de 463 meter hoge vulkanische berg Kirkjufell (“Kerkberg”). De mooie groene berg in de vorm van een kerkgebouw was een belangrijke filmlocatie voor de populaire serie “Game of Trones”, seizoen 6 en 7 voor de kenners. Al gauw vliegen wat stormvogels over, die denken dat wij vissen en resten voor hen overboord zullen gooien. Ook van de partij zijn de elegante noordse sternen, mijn lievelingsvogels met hun snelle, zwenkende vlucht, spectaculaire duikvlucht en lange migratieroutes. Zij brengen de winter aan de Zuidpool door, en de zomer aan de Noordpool. De vogels migreren dus zoals ons gids Sandra, die in de winter in Zuid-Afrika woont en in de zomer in IJsland werkt. Net als de sternen heeft zij op die manier heel veel daglicht en weinig nacht. We varen naar dat vogeleiland vooral voor de papegaaiduikers, in het Engels de puffins.
Prachtige vogeltjes, 30 cm groot, met een herkenbare vlucht (400 vleugelslagen per minuut, lijk een kolibrie). Zij hebben levenslang dezelfde partner, en dat is wat want ze kunnen tot 36 jaar oud worden. Puffins eten vooral zandaaltjes, hun papegaaiensnavel is zo gebouwd dat ze er zeker 12 tegelijk in hun bek kunnen houden. Ze migreren afzonderlijk zuidwaarts, waarbij ze niet aan land gaan, en zoeken elk jaar hun wederhelft terug in het broedseizoen voor één eitje per jaar. Anita noemt het schattige vogeltjes. Verder zien we op en rond het onder eiland, twee soorten aalscholvers, eider eenden, de kleine mantelmeeuw, de grote burgemeester en de drieteenmeeuw, die nestelt in de klifmuren. Leuk spektakel, en de soundtrack is het aanhoudend gekrijs van de zeevogels.
Het is weer laat wanneer we in Stykkisholmur aankomen, net op tijd voordat de keuken sluit in hotel Foss.